Deprecated: Function create_function() is deprecated in /home/bureaubam/domains/tekstbureaubam.nl/public_html/wp-includes/pomo/translations.php on line 208

Deprecated: Function create_function() is deprecated in /home/bureaubam/domains/tekstbureaubam.nl/public_html/wp-includes/pomo/translations.php on line 208
Mannelijke en vrouwelijke woorden - Tekstbureau BAM
Logo tekstbureau Bam

Scriptie, brochure of webtekst, je kunt altijd bij BAM terecht.

Mannelijke en vrouwelijke woorden

“Hij is commissaris des Konings.”

Misschien dacht je dat het Nederlands niet zo’n hele ingewikkelde taal was. Zeker niet als je het vergelijkt met het Duits, met alle naamvallen, mannelijke en vrouwelijke woorden en voorzetsels die bepalen op welke letter het woord eindigt. Het Nederlands kent eigenlijk geen echte naamvallen meer. Tenminste, ze zijn er wel, maar we gebruiken ze niet meer in de dagelijkse spreek- en schrijftaal, kijk maar.

Hij draagt ’s vaders hoed.”

“Ik gaf den ouden heer twee muntstukken.”

Hij is commissaris des Konings.”

Het klinkt heel statig, maar de Koning zelf zegt waarschijnlijk gewoon ‘de commissaris van de Koning’. Jammer? Hm, misschien voor echte taalanarchisten, maar zonder naamvallen is de taal al moeilijk genoeg.

Mannelijke en vrouwelijke woorden kent het Nederlands nog wel. Maar wat moet je ermee? Het lidwoord het geeft aan dat een woord onzijdig is, maar woorden met het lidwoord de kunnen allebei zijn; je zegt namelijk  de man en de vrouw. Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke woorden wordt in het Nederlands steeds onduidelijker. Je kunt het opzoeken in het Groene Boekje, maar bij sommige woorden staat zelfs de aanduiding m/v. Sommige woorden zeggen zelf of ze mannelijk of vrouwelijk zijn. Woorden die onder andere eindigen op -heid, -ing en -tie zijn vrouwelijk.

Wat moet je ermee? Nou, naar vrouwelijke woorden verwijs je met zij en haar, naar een mannelijk woord met hij en zijn. Maar, er zijn ook vrouwelijke woorden waarnaar je met hij mag verwijzen. Zo zijn er nog meer regeltjes die voor zowel mannelijke als vrouwelijke woorden gelden. Niet handig dus. Wat mij betreft negeer je het hele mannelijke en vrouwelijke aspect van woorden, en houd je het gewoon bij de- en het-woorden. Naar de-woorden verwijs je met die, deze, zijn of haar, naar het-woorden verwijs je met het, zijn of dat. Tenzij er sprake is van een biologisch geslacht, dat gaat dan voor:

“Het meisje viel op haar knie.”

Verwijswoorden gebruiken blijft een beetje een kwestie van gevoel. Als Nederlands je moedertaal is, is dat gevoel meestal juist. Twijfel je? Dan kun je, als je bovenstaande regeltjes niet kunt onthouden, altijd nog even opzoeken of een woord mannelijk, vrouwelijke of onzijdig is.