Deprecated: Function create_function() is deprecated in /home/bureaubam/domains/tekstbureaubam.nl/public_html/wp-includes/pomo/translations.php on line 208

Deprecated: Function create_function() is deprecated in /home/bureaubam/domains/tekstbureaubam.nl/public_html/wp-includes/pomo/translations.php on line 208
Taalhypes - Tekstbureau BAM
Logo tekstbureau Bam

Tekstbureau BAM werkt snel en efficiënt, je hebt je nagekeken tekst zo snel mogelijk terug.

Taalhypes

Soms ontstaan er hele lelijke taalhypes. Vooral sociale media lijken slachtoffer te zijn van dit soort lelijke ondingen: me fiets, me auto, kom is hier … verschrikkelijk!

Maar de allerergste is toch de ‘hun hebben’- trend. Het verschil tussen deze hypes is dat iedereen het er over eens is dat ‘me fiets’ en ‘me auto’ echt niet kunnen. Helaas wordt het woordje ‘hun’ inmiddels zo vaak verkeerd gebruikt dat het bijna als goed wordt beschouwd. Want is een fout nog wel een fout als hij voortdurend gebruikt wordt? Bovendien suggereerden een paar Nijmeegse taalwetenschappers dat het gebruiken van ‘hun hebben’ best handig is, aangezien je dan zeker weet dat het om personen gaat; niemand gebruikt het woord ‘hun’ voor voorwerpen. Een taal is voortdurend in beweging. Een veelgemaakte fout stuit in eerste instantie op verzet van taalfreaks, maar uiteindelijk komt er een taalkundige die de fout als goed bestempelt.

Laat ik nou zo’n taalfreak zijn. In de strijd tegen de hun, ga ik hier even uitleggen wanneer je dat woord nou wel en wanneer niet gebruikt. Uit angst om het woordje hun fout te gebruiken, gebruiken steeds meer mensen het woord hen. Helemaal vermijden is ook niet de oplossing.

Wanneer gebruiken we hun en wanneer gebruiken we hen?

Hun wordt gebruikt als bezittelijk voornaamwoord voor een zelfstandig naamwoord.

‘Dit is hun fiets’

‘Dit is hun auto’

Daarnaast wordt hun gebruikt als meewerkend voorwerp als er geen voorzetsel in de zin aanwezig is. Wat is een meewerkend voorwerp ook al weer? Als je er aan of voor bij kan denken. Als aan of voor dus niet in de zin staat, gebruik je hun.

‘Ik geef hun de fiets.’

‘Ik schenk hun een drankje in.’

Als er dus wel een voorzetsel gebruikt wordt in dit soort zinnen, gebruik je hen.

‘Ik geef de fiets aan hen.’

‘Ik schenk voor hen een drankje in.’

Hen gebruik je na alle voorzetsels. Dus voor hen, achter hen, in hen, boven hen, ga zo maar door. Daarnaast gebruik je hen als lijdend voorwerp.

‘Ik bekijk hen.’

‘Ik haat hen.’

Eitje, toch?