Deprecated: Function create_function() is deprecated in /home/bureaubam/domains/tekstbureaubam.nl/public_html/wp-includes/pomo/translations.php on line 208

Deprecated: Function create_function() is deprecated in /home/bureaubam/domains/tekstbureaubam.nl/public_html/wp-includes/pomo/translations.php on line 208
Betrekkelijke voornaamwoorden; wat of dat? Tekstbureau BAM
Logo tekstbureau Bam

Scriptie, brochure of webtekst, je kunt altijd bij BAM terecht.

Betrekkelijke voornaamwoorden; wat of dat?

“Het meisje dat daar fietste had rare schoenen aan”

De woorden dat en wat worden vaak door elkaar gebruikt. Je kunt het verschil ook bijna niet horen, het klinkt immers alsof het allebei correct is. In de spreektaal valt het bijna niet op, maar op papier is het toch fijn om te weten wat nou het correcte gebruik van deze twee woorden is.

Wat en dat zijn betrekkelijke voornaamwoorden. Dat wil zeggen dat ze verwijzen naar een woord of een hele zin. Omdat er zoveel verschillende betrekkelijke voornaamwoorden zijn (die, wie, welke, wat, dat, hetgeen, hetwelk) zitten er regels verbonden aan het gebruik ervan. Maar ook zonder dat je die regels kent, gaat het gebruiken van betrekkelijke voornaamwoorden meestal goed. Zo verwijst die altijd naar een de-woord of een meervoudsvorm.

“Mensen die stelen, moeten naar de gevangenis.”

Knappe jongen die hier een fout in maakt, als je het mij vraagt. Wie de Nederlandse taal goed beheerst zal in een zin als deze niet twijfelen over het woord die.

Maar bij dat en wat gaat dat dus iets anders. Nu kan ik hier alle regeltjes op gaan sommen, maar laat het nou net zo zijn dat je in sommige gevallen zowel dat als wat kunt gebruiken. Zo is het gebruikelijk om wat te gebruiken als het voorafgegaan wordt door een onbepaald woord als iets, niets, alles of enige, al wordt dat hier soms ook getolereerd. Het is maar aan wie je het vraagt. Wat is echter het enige correcte betrekkelijke voornaamwoord als  het voorafgegaan wordt door een voornaamwoord of door een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord.

“Dat wat je het liefste wil, is vaak het moeilijkst te krijgen.”

“Het mooiste wat ik heb, is dit schilderij van mijn tante.”

Ook als het betrekkelijke voornaamwoord terugslaat op een hele zin, gebruik je wat.

“Het huis is bijna helemaal afgebrand, wat ervan overbleef is gesloopt.”

En als laatste gebruik je wat ook als het antecedent, hetgeen waarnaar wat verwijst, niet genoemd is.

“Het is mij volkomen onduidelijk wat er in die kist zit.”